zondag 2 oktober 2016



Zomercursus Gent 2016
Diversiteit in praktijk
Lukáš Vítek



Tekstvak: In het raadhuis van Gent, LV
      De Taalunie Zomercursus Nederlands heeft dit jaar een nieuwe formule gekregen, namelijk Taal, cultuur en beroep. Onafhankelijk van jouw niveau Nederlands mocht je één van de vier trajecten kiezen: 1) media / politiek / diplomatie, 2) kunst / literatuur / cultuur, 3) vertalen / uitgevers / bedrijfswereld, 4) taalkunde / literatuurwetenschap / didactiek.
Dat betekent niet dat ook een beginner aan deze cursus zou mogen deelnemen, hoor.
De minimumeis was dat iedere deelnemer tenminste over kennis van het Nederlands beschikte op B1-niveau. Al moest iedereen een voorlopige toets Nederlands halen, was het in de praktijk een beetje anders. Het is heel logisch dat niet iedereen vloeiend Nederlands spreekt. Geleerdheid komt niet aanwaaien, toch? Dat maakte deze zomercursus ook interessant. Enige cursisten schrijven in hun artikel dat het Nederlands verbindt. Deze uitspraak past heel goed bij de Zomercursus Gent. Studenten uit vier continenten kwamen allemaal samen in Gent om daar het Nederlands te oefenen. Gedurende de zomercursus communiceerden de cursisten in het Nederlands met elkaar, niet in het Engels. Wat bijzonder, zeg!


Interculturele communicatie in theorie

In Gent ontstond zo een internationale gemeenschap. De gemeenschap van studenten Nederlands. ‘Internationaal’ is inderdaad een andere uitdrukking voor ‘intercultureel’. Het is geen toeval dat twee lezingen, die we kregen, gingen over interculturele communicatie. Muriel Waterlot besprak verschillende dimensies van cultuur, terwijl Sibo Kanobana het meer over het multiculturalisme had. Het multiculturalisme behandelt het omgaan met andere culturen.
Interculturele communicatie wordt gekoppeld aan cultuurverschillen. De onderzoeker Geert Hoofstede (*1928) onderscheidt vijf cultuurverschillen of culturele dimensies: a) machtafstand, b) individualisme vs. collectivisme, c) mannelijke waarden vs. vrouwelijke waarden,  d) onzekerheidsvermijding en tenslotte e) kortetermijn- en langetermijngerichtheid.

Interculturele communicatie in de praktijk

De zomercursisten konden inderdaad de cultuurverschillen in de praktijk beleven. Chinese studenten hebben bijvoorbeeld een ander idee van beleefdsvormen dan mensen uit het Westen. Toen we met een Chinees meisje een klaslokaal binnenkwamen, was het altijd het Chinese meisje dat de deur openhield en wachtte totdat alle andere studenten binnen waren. En dat is niet alles, ze boog zelfs voor ons! Dit is de Westerse cultuur volstrekt onvoorstelbaar.
Hoe kunnen we het gedrag van het Chinese meisje met behulp van Hoofdstedes theorie uitleggen? Uit het gegeven voorbeeld blijkt dat Chinezen een ander concept van respect hebben. Dit is te verklaren door wat Hoofdstede ‘machtafstand’ noemt. China is namelijk een land met een autoritair regime. Dat betekent dat daar grotere machtafstand tussen mensen is dan in bijvoorbeeld Nederland of Zweden. Een Chinese docent is een echte autoriteit en marxisme wordt aan Chinese universiteiten aangenomen zonder dat het wel eens ter discussie wordt gesteld.
Ook een Zweeds meisje woonde de zomercursus bij. Zij verschilde wezenlijk van de Chinese studente. Zweden is het land met de kleinste machtafstand tussen mensen ter wereld. De Zweedse maatschappij is gebaseerd op een zo groot mogelijke gelijkwaardigheid. Dit is zichtbaar vooral in de omgang tussen vrouwen en mannen. In Zweden wacht de man niet bij de deur totdat de vrouw binnenkomt. Als hij haar toch de deur opendoet, beschouwt de vrouw het als een bepaalde vernedering. Want hij duidt als het ware aan alsof mannen en vrouwen niet gelijk zijn.

Ideale communicatie

Hoe moeten we dan met andere culturen omgaan? Is het beter om de gewoontes van ons eigen land te houden of is het beter om je aan te passen aan andere culturen? De onderzoeker Sibo Kanobana gaf ons enkele nuttige tips, waaronder a) wees jezelf, b) sta open voor verschillen en vooral c) werk met de effecten van jouw communicatie, niet met je bedoelingen.
In eerste instantie is het dus noodzakelijk aan jouw eigen cultuur te reflecteren. Cultuur is namelijk als een gletsjer: het hoofddeel ervan is niet zichtbaar. Het geldt voornamelijk voor leden van die cultuur, en pas daarna voor buitenstaanders! En andere culturen dan? “Er is geen methode, alleen aandacht,” zegt Edwin Hoffman.
ankelijk van jouw niveau Nederlands mocht je één van de vier trajecten kiezen: 1) media / politiek / diplomatie, 2) kunst / literatuur / cultuur, 3) vertalen / uitgevers / bedrijfswereld, 4) taalkunde / literatuurwetenschap / didactiek.
Dat betekent niet dat ook een beginner aan deze cursus zou mogen deelnemen, hoor.
De minimumeis was dat iedere deelnemer tenminste over kennis van het Nederlands beschikte op B1-niveau. Al moest iedereen een voorlopige toets Nederlands halen, was het in de praktijk een beetje anders. Het is heel logisch dat niet iedereen vloeiend Nederlands spreekt. Geleerdheid komt niet aanwaaien, toch? Dat maakte deze zomercursus ook interessant. Enige cursisten schrijven in hun artikel dat het Nederlands verbindt. Deze uitspraak past heel goed bij de Zomercursus Gent. Studenten uit vier continenten kwamen allemaal samen in Gent om daar het Nederlands te oefenen. Gedurende de zomercursus communiceerden de cursisten in het Nederlands met elkaar, niet in het Engels. Wat bijzonder, zeg!


Interculturele communicatie in theorie

In Gent ontstond zo een internationale gemeenschap. De gemeenschap van studenten Nederlands. ‘Internationaal’ is inderdaad een andere uitdrukking voor ‘intercultureel’. Het is geen toeval dat twee lezingen, die we kregen, gingen over interculturele communicatie. Muriel Waterlot besprak verschillende dimensies van cultuur, terwijl Sibo Kanobana het meer over het multiculturalisme had. Het multiculturalisme behandelt het omgaan met andere culturen.
Interculturele communicatie wordt gekoppeld aan cultuurverschillen. De onderzoeker Geert Hoofstede (*1928) onderscheidt vijf cultuurverschillen of culturele dimensies: a) machtafstand, b) individualisme vs. collectivisme, c) mannelijke waarden vs. vrouwelijke waarden,  d) onzekerheidsvermijding en tenslotte e) kortetermijn- en langetermijngerichtheid.

Interculturele communicatie in de praktijk

De zomercursisten konden inderdaad de cultuurverschillen in de praktijk beleven. Chinese studenten hebben bijvoorbeeld een ander idee van beleefdsvormen dan mensen uit het Westen. Toen we met een Chinees meisje een klaslokaal binnenkwamen, was het altijd het Chinese meisje dat de deur openhield en wachtte totdat alle andere studenten binnen waren. En dat is niet alles, ze boog zelfs voor ons! Dit is de Westerse cultuur volstrekt onvoorstelbaar.
Hoe kunnen we het gedrag van het Chinese meisje met behulp van Hoofdstedes theorie uitleggen? Uit het gegeven voorbeeld blijkt dat Chinezen een ander concept van respect hebben. Dit is te verklaren door wat Hoofdstede ‘machtafstand’ noemt. China is namelijk een land met een autoritair regime. Dat betekent dat daar grotere machtafstand tussen mensen is dan in bijvoorbeeld Nederland of Zweden. Een Chinese docent is een echte autoriteit en marxisme wordt aan Chinese universiteiten aangenomen zonder dat het wel eens ter discussie wordt gesteld.
Ook een Zweeds meisje woonde de zomercursus bij. Zij verschilde wezenlijk van de Chinese studente. Zweden is het land met de kleinste machtafstand tussen mensen ter wereld. De Zweedse maatschappij is gebaseerd op een zo groot mogelijke gelijkwaardigheid. Dit is zichtbaar vooral in de omgang tussen vrouwen en mannen. In Zweden wacht de man niet bij de deur totdat de vrouw binnenkomt. Als hij haar toch de deur opendoet, beschouwt de vrouw het als een bepaalde vernedering. Want hij duidt als het ware aan alsof mannen en vrouwen niet gelijk zijn.

Ideale communicatie

Hoe moeten we dan met andere culturen omgaan? Is het beter om de gewoontes van ons eigen land te houden of is het beter om je aan te passen aan andere culturen? De onderzoeker Sibo Kanobana gaf ons enkele nuttige tips, waaronder a) wees jezelf, b) sta open voor verschillen en vooral c) werk met de effecten van jouw communicatie, niet met je bedoelingen.
In eerste instantie is het dus noodzakelijk aan jouw eigen cultuur te reflecteren. Cultuur is namelijk als een gletsjer: het hoofddeel ervan is niet zichtbaar. Het geldt voornamelijk voor leden van die cultuur, en pas daarna voor buitenstaanders! En andere culturen dan? “Er is geen methode, alleen aandacht,” zegt Edwin Hoffman.

zaterdag 24 september 2016

Schrijven is zilver…
Professor Pekelder

Veel mensen denken dat schrijftaal beter is dan spreektaal. Taalwetenschappers denken daar anders over. Hoe komt dat? Dat komt omdat taalwetenschappers vooral geïnteresseerd zijn in spontaan taalgedrag, zoals primatologen vooral geïnteresseerd zijn in spontaan gedrag van mensapen. Ze gaan liever het bos in dan de dierentuin. Een gevangen gorilla gedraagt zich anders dan een vrije gorilla. Schrijftaal is gevangen taal, spreektaal vrije taal. In de schrijftaal moet je bijvoorbeeld zinnen maken. In de spreektaal is dat niet nodig. Als iemand je vraagt Hoe open je een wijnfles? Antwoord je Met een kurkentrekker. Daar is niets mis mee. Stel dat je antwoordt Ik open een wijnfles met een kurkentrekker, dan zullen de meeste mensen je vreemd aankijken en denken dat je boekentaal spreekt. Maar waarom interesseren taalwetenschappers zich dan eerder voor vrije dan gevangen taal, kun je je afvragen? Het idee is dat vrije taal een beter beeld geeft van onze mentale grammatica. En dat is uiteindelijk wat de taalkundige wil: erachter zien te komen hoe die eruit ziet. Geeft de gevangen taal dan geen beeld van deze grammatica? Ja en nee. Laten we zeggen dat het beeld een beetje vervormd is. De reden is dat schrijftaal aangeleerd wordt op school. Schrijfvaardigheid is het resultaat van grammaticalesjes van de meester en de juf. De grammatica van de schrijftaal is dus sterk beïnvloed door de schoolgrammatica. Hoe zit dat dan met de mentale grammatica? Waar komt die vandaan? Het antwoord is dat die niet geleerd wordt maar verworven. De verwerving begint waarschijnlijk al in de baarmoeder. De foetus hoort de klanken van vader, moeder, zus en broer. En na de geboorte gaat dat nog een tijdje door. De baby luistert en na een paar jaar begint hij te spreken zonder dat iemand hem de grammaticaregels heeft uitgelegd. Een kind van vijf spreekt zijn moedertaal vlotjes en heeft dus al een uitgebreide mentale grammatica opgebouwd. Mensen zijn daar heel goed in omdat bepaalde genen er net iets anders uit zien dan die van mensapen. Dit verklaart waarom de kleine mens erin slaagt de regels van zijn moedertaal te verwerven door gewoon maar te luisteren naar de taal van de omgeving. Maar ouders corrigeren hun kindjes toch, hoor ik iemand denken? Dat is zeker waar. Bijna een halve eeuw geleden is echter aangetoond dat peuters zich daar niets van aantrekken. In 1971 publiceerde een zekere Martin Braine de volgende levensechte dialoog:

Child: Want other one spoon, Daddy
Father: You mean, you want THE OTHER spoon
Child: Yes, I want other one spoon, please, Daddy
Father: Can you say “The other spoon?”
Child: Other … one … spoon
Father: Say … “other”
Child: other
Father: “Spoon”
Child: Spoon
Father: “Other … Spoon”
Child: Other … spoon. Now give me other one spoon?


Kortom kinderen horen de correcties wel, maar ze luisteren er niet naar. Het zijn hun genen die het ritme van de taalverwerving bepalen.

zondag 18 september 2016


Parijs - Lukáš Vítek

Naar Parijs wilde ik gaan, omdat ik me anderhalf jaar het Frans had geleerd. Dus dacht ik, ga eens naar Frankrijk en spreek daar Frans. Een mooi plan of niet? Inderdaad, maar het duurde heel lang voordat alles geregeld was. Een vriendin van mij verbleef toen namelijk buiten Parijs, al had ze daar het hele semester gestudeerd. Ze was in Bretagne. Uiteindelijk ging ze terug naar de hoofdstad, dus ik kon Nederland veilig verlaten.
Zoals het in het leven van een neerlandicus gaat, alles wat hij doet staat in een of ander verband met het Nederlands. In mijn geval had Remco Campert mij voor Parijs geënthousiasmeerd, in concreto zijn verhaal ‘Verre reizen‘ uit de bundel Alle dagen feest. Dat verhaal gaat over twee jongens die zich in Nederland vervelen en samen naar Parijs gaan.
De reis naar Frankrijk begint een beetje ironisch zoals Camperts verhaal. Toen ik de bus van de Eurolines instapte, nam een assistente van Eurolines mijn geprinte ticket en hield het bij zich. Ik was zonder een retourticket! Die stond geprint op de andere zijde van dat éne bladzijde dat ik had. Dat was vervelend.
In Parijs zelf ging het soepel. Anička, een vriendin van mij, bracht me naar de woning van haar vriend van Tsjechische afkomst Adam, die in Parijs bij zijn oom werkte. De woning was gevestigd vlakbij Jardins du Luxembourg, wat prettig was. Ik wist niet dat er een grote Tsjechische gemeenschap in Parijs bestaat. Ze doen heel veel dingen, waaronder tentoonstellingen organiseren. Anička is een studente kunstgeschiedenis, zij weet alles over de kunst.
De eerste avond keken we naar de portalen van de kathedraal Notre Dame als naar een wonder. Het reliëf boven de hoofdingang bestaat uit zo veel beeldjes die met verrukkelijke kunst gemaakt zijn! Wat een Tsjech opmerkt, is dat de Notre Dame in tegenstelling tot de Sint-Vituskathedraal in Praag breder dan hoger is. Iedere gotiekbouwheer had zijn eigen smaak. De Antwerpse gotiek is anders dan die van Parijs en die van Praag onderscheidt zich van de Parijse gotiek. In de avond zaten we aan de oever van Seine met een wijntje. Heel gezellig.
Louvre vond ik niet leuk. Daar is het te druk en de tentoonstellingen hebben er geen structuur. Eén madona volgt na de ander. Je ziet er het ene topstuk na het andere. Het leukste museum van Parijs is zeker het Centre Pompidou. Voor het museum ligt een aangenaam pleintje, waar je lekker plat kan liggen. Het is verborgen in de schaduw en veel mensen rusten daar uit. Ik werd in het Centre Pompidou door Henri Matisse gefascineerd, vooral door zijn stuk Luxe, Calme et Volupté uit 1904. Het hele Centre Pompidou stelt een groot spel met kleuren voor: Vasilij Kandinsky, František Kupka e.a. Wat ik eveneens kan aanraden is de Place des Vosges. Je vindt daar een leuke tuin, een ideale plaats voor een picknick. Als je nog meer wil zien, kan je het huis van Victor Hugo bezoeken dat in de buurt ligt. Het is verrassend hoe groot dat gezin van Hugo was: enkele afstammelingen van hem zijn vandaag de dag schilders.
En het Frans? Een prachtige taal waarmee je moeite hebt om het goed te beheersen. Enige nuttige woorden zoek je tevergeefs in het woordenboek voor toeristen. ‘Daar’ zeg je ‘la-bas’, ‘geen probleem’ is ‘pas de soucis’ [soesi]. Gelukkig kennen mijn nieuwe vrienden beter Frans dan ik. Leuk om af en toe iets in het Frans te zeggen. De letterlijke vertaling werkt niet. In Nederlandse musea kijk je naar een stilleven, terwijl je ‘dode natuur’ (une nature morte) in Franse musea kan bewonderen. En het is ook mogelijk om een retourticket opnieuw bij de Eurolines te printen, stel je voor, al zeggen ze eerst “C’est ne pas possible, monsieur”.

maandag 4 juli 2016



Kleding
Anna Krýsová
Aan de hand van deze twee plaatjes van een beroemde Amerikaanse blogger wil ik graag over het thema kleding spreken. Ik beschrijf elk plaatje en dan ga ik ook variaties bedenken, zodat er zo veel mogelijk woordenschat wordt gebruikt.

Op de eerste foto draagt Blair een donkerblauwe jas met gouden knopen. De knopen zijn in een rijtje op de manchet geplaatst en de mantel is ook voorzien van een dubbele knopenrij. De lengte van de jas reikt tot aan de knie. Het doet denken aan een militaire stijl door de scherpe schouders en grote revers.

Onder de jas kunnen wij een gebloemde jurk zien in donkerblauw, bijna zwart. De bloesems zijn wit en roze en de bladeren op de jurk zijn donkergroen. De halslijn van de jurk zit strak om de hals, er kan dus bij deze jurk nauwelijks sprake zijn van een decolleté. De jurk is een beetje langer dan de jas, die reikt tot over de knie. De jurk is getailleerd, maar rond de knieën staat hij uit in mooie plooien.
Om de hele outfit nog eleganter te maken, draagt Blair een wit hemd onder de jurk waarvan wij alleen maar de manchetten en de kraag kunnen zien. Zoals de tint van de jas heel mooi bij de meest overheersende kleur van de jurk past, past ook de kleur van de roze bloesems heel goed bij een kleine roze handtas met een gouden ketting. Verder wordt deze outfit ook door de zonnebril, gouden horloge en zwarte, puntige pumps (uit leder gemaakt) gecomplementeerd.

Nu is het de vraag: hoe kunnen wij met deze outfit variëren zodat de stijl behouden blijft? Als wij de jas handhaven, omdat dat een makkelijk te combineren kledingsstuk is, kunnen wij de jurk door een sigarettenbroek vervangen. Dat is een type broek met hoge taille en meer stof rond het middel, die ongeveer tot de enkels reikt en taps toeloopt. De zwarte schoenen zouden wij door ballerina’s kunnen vervangen voor een minder sierlijke look, of aan de andere kant een kleurrijke pump op heel hoge hakken te dragen. Een ander mogelijkheid om deze outfit nog vrouwelijker en sierlijker te maken, hoewel de outfit een broek bevat, zou een kanten bloes zijn. Het hoeft geen bloes helemaal uit kant gemaakt te zijn, het zou kanten of doorzichtige mouwen kunnen hebben. Als de bloes een dichtgeknoopte kraag heeft waaronder wij een deel van een gouden halsketting kunnen zien, is de variatie compleet.

De volgende outfit van Blair bestaat uit een lange grauwe jas die halverwege van de kuit eindigt en die zij open draagt. De details zijn niet goed te zien, maar wij kunnen vermoeden dat de jas een riem uit hetzelfde materiaal heeft en van dezelfde kleur is. Ook deze jas heeft grote revers die bijna op een kap lijken. De jas wordt bijna helemaal bedekt door een brede dekensjaal met franje aan de uiteinden en met een grauw, wit en rood tartanpatroon. Daaronder draagt zij waarschijnlijk een witte trui en een strakke witte broek. Omdat dit een winteroutfit is, en om de mooie witte broek niet vies te maken, heeft zij voor hoge zwarte lederen laarzen gekozen met platte hakken. De outfit wordt weer gecomplementeerd door een zonnebril, een horloge en een witte lederen rugzakje met kwastjes. Op haar hoofd heeft Blair ook een gebreide muts van grauwe wol met daarop een pompom.

Om een variant op deze outfit te maken, kunnen wij de sjaal als een centraal element laten dienen en rond dit stuk een nieuwe outfit creëren. Om het rode motief op de sjaal te laten uitsteken kunnen wij hem met een rode kabeltrui met knopen combineren. Het wordt een outfit die meer voor de herfst geschikt is als wij dat ook met een lederen jasje met een gouden rits complementeren. Daar past een grauwe mini-rok heel goed bij en als het een beetje koeler wordt, kunnen wij in plaats van gewone panty’s hieronder ook kousen dragen. Dat zal er heel goed uitzien met zwarte of rode veterschoenen of met Chelseaschoenen. Het witte rugzakje dat Blair draagt past niet goed bij deze outfit, het moet vervangen worden door een zwarte met gouden details of door een zwarte linnen tas met een grappige geprinte tekst.

maandag 27 juni 2016


Godsdienst
Radomír Valeš
  
De multiculturele samenleving kent veel scheidslijnen tussen vreemd en eigen. Vooral in religie hebben onze landen een lange traditie van bewaakte identiteit en velen hebben een scherp bewustzijn van wie waar thuishoort. In zo’n samenleving circuleren allerlei half geïnformeerde stellingen over verschillende vormen van de islam, Jodendom, christendom en hindoeïsme. Quasikenners van religie beleven nu gloriedagen. We hebben kennis nodig om onderscheid te kunnen maken. Dit korte overzichtje van de vier grootste wereldgodsdiensten is dus primair bedoeld als aanwijzing om verder te bestuderen en zich op een steeds meer geglobaliseerde maatschappij voor te bereiden.

            Het christendom, de godsdienst van de aanhangers van Jezus Christus, de grootste en meest verbreide onder de wereldgodsdiensten, is aan het begin van onze jaartelling ontstaan als een joodse sekte. In de loop der jaren hebben er verschillende aftakkingen van het christendom ontwikkeld. De bekendste zijn: rooms-katholieke, protestantse en orthodoxe. De bijbel, die bestaat uit het Oude en Nieuwe Testament, is de belangrijkste leidraad. De christelijke gelovigen moeten Gods wil opvolgen. Ze gaan ervan uit dat het lichaam sterfelijk is maar de ziel onsterfelijk. Hun gebedshuizen zijn kerken. In het christendom is de zondag de wekelijkse rustdag, maar de eerste Joodse christenen hielden nog de sabbat.
           
            De joodse godsdienst is ongeveer 3000 jaar geleden ontstaan, in de tijd dat de joden als nomadenvolk leefden tussen de Egyptenaren, de Sumerische en Semitische volkeren. De profeet Mozes leidde in opdracht van God het joodse volk naar een berg in de Sinaïwoestijn. Hier ontving hij van God
de Thora, een heilig boek waarin de wetten stonden die voorschreven hoe de joden zouden moeten leven en God dienen. Later is er een soort handleiding voor de toepassing van de Thora ontstaan: de Talmoed. Hierin bespreken de geleerden hoe je de Thora moet lezen. De joden hebben dus alleen het Oude Testament. Joodse gebedshuizen zijn synagogen.

            De religie van de islam is gesticht door Mohammed die opriep tot het dienen van één God (Allah). Mohammed was een koopman uit Mekka aan het begin van de zevende eeuw na Christus. Hij kreeg goddelijke openbaringen. Deze teksten zijn verzameld in de Koran. De Koran bevat samenvattingen
van het oude en het nieuwe testament en daarnaast veel lofzangen en
leefregels. De Koran kent veel elementen die ook in de Bijbel voorkomen en is de leidraad voor de islamieten. Het gebedshuis van moslims is een moskee. Er bestaan vijf fundamentele religieuze verplichtingen voor elke moslim: de pelgrimstocht naar Mekka, het vasten tijdens de ramadan, het geven van aalmoezen, rituele gebeden en de geloofsbelijdenis. Naast de vijf zuilen van de islam zijn er kledingvoorschriften om als moslim herkend te kunnen worden. We onderscheiden twee groepen binnen de islam: de soennieten en de sjiieten.

            De godsdiensten waar het woord hindoeïsme naar verwijst, zijn waarschijnlijk ongeveer 3000 jaar geleden ontstaan binnen de Indo-Europese volkeren. Er is geen stichter of profeet die het begin van de godsdienst markeert. Het woord hindoeïsme is pas ontstaan in de negentiende eeuw, en verwijst naar de ‘Indische’ cultuur die gedurende die duizenden jaren is ontstaan. Als je over hindoeïsme praat, gaat het niet alleen over religieuze elementen, maar ook sociologische, economische en literaire. De belangrijkste kenmerken van het hindoeïsme zijn: geen kerkelijke organisatie, geen autoriteit, tolerantie in geloofsuitingen, een veelheid aan goden, Veda als geschrift, reïncarnatie en het kastenstelsel met de belofte van verlossing.

            Kennis van religie, net als kennis van Engels en economie, is simpelweg noodzakelijk om de uitdagingen van de eenentwintigste eeuw aan te gaan.